| Bouwwerf: | Gebouwd bij Kon. Mij De Schelde te Vlissingen |
| Kiellegging: 15.2.1954 | |
| Doop: 2.6.1956 | |
| In dienst: 1.10.1957 | |
| Waterverplaatsing: | circa 3100 ton |
| Grootste lengte: | 116 meter |
| Grootste Breedte: | 11,78 meter |
| Diepgang: | 4.02 meter |
| Voortstuwing: | Turbines |
| Vermogen: | 60.000 PK |
| Schroeven: | 2 |
| Snelheid: | circa 36 zeemijlen per uur |
| Bemanning: | circa 280 |
| Bewapening: | 4 kanons van 12 cm. In dubbel torens |
| 6 mitrailleurs van 40 mm | |
| 1 lichtraketwerper van 10,3 cm | |
| 2 raket dieptebomwerpers | |
| 2 dieptebomrekken |
Voorgeschiedenis en ontstaan van de Onderzeebootjagers :
Na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog in mei 1945 werd spoedig de wederopbouw van het land ter hand genomen. Tevens werd de nationale defensie onder de loep genomen, hetgeen resulteerde in het opstellen van een nieuw vlootplan.
Zo was er reeds in november 1945 door de marinestaf een vlootplan opgesteld, dat door de toenmalige Chef van de Marinestaf, SBN W.J Termijtelen, aan de Minister van Marine, J,M de Booy, werd voorgelegd. Dat plan was een voortzetting van het vooroorlogse idee om te komen tot een slagvloot, bestaande uit afzonderlijke eskadereenheden (zgn. smaldelen). Die smaldelen moesten zowel in geallieerd verband onder operationeel bevel van een Nederlandse vlagofficier hun taak kunnen verrichten, als ook zo nodig geheel zelfstandig verdedigingstaken uitvoeren. Het lag in de bedoeling, zeker ook gelet de mogelijkheden, eerst een reeks lichte schepen te bouwen, die dan later als een beschermende ring zouden kunnen dienen rond een aantal zware eenheden, waaronder slagschepen en vliegkampschepen.
Overzicht Onderzeebootjagers :
In het begin van de jaren vijftig is met de nieuwbouw van de onderzeebootjagers begonnen. Van de eerste jager van de A-klasse, de Holland, werd op 21 april 1950 bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij de kiel gelegd. In dat zelfde jaar volgden de andere 3 jagers. De eerste jager van de B-klasse werd eind 1951 op stapel gezet, terwijl in 1952, '53 en '54 de andere 7 werden aanbesteed.
Van de vier onderzeebootjagers van de Holland-klasse zo genoemd naar de klasse leider, is Hr. Ms. Holland gebouwd door de RDM, de Gelderland door de Dok- en Werfmaatschappij Wilton-Feijenoord te Schiedam, de Noord- Brabant en de Zeeland door de Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen. De onderzeebootjagers van de Friesland-klasse, genoemd naar de klasse leider Hr. Ms. Friesland, werden ook op verschillende werven gebouwd. De Limburg en de Utrecht werden gebouwd bij De Schelde, de Overijssel bij Wilton-Feijenoord, de Rotterdam bij de RDM en de laatste vier jagers, t.w. de Friesland. Groningen, Drenthe en Amsterdam bij de Nederlandse Dok- en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) te Amsterdam. Beide typen onderzeebootjagers waren ontworpen door ir. K. de Munter, scheepsbouwkundig ingenieur bij het Bureau Scheepsbouw van het Ministerie van Marine.
Verschillen :
De A- en de B jagers verschilden onderling iets van elkaar. Zo waren de Holland-klasse jagers iets kleiner dan het Friesland-type, hetgeen tot uitdrukking kwam in de lengte, de breedte, de diepgang en de waterverplaatsing. Ook op het gebied van de voortstuwingsinstallatie waren er verschillen. De holland-klasse jagers waren uitgerust met een stoomturbine-installatie van 45.000 apk, terwijl een jager van de Friesland-klasse een installatie kreeg die een vermogen van 60.000 apk kon ontwikkelen, zijnde 4 Babcock ketels en 2 Werkspoor turbines met tandwielkasten, die 2 schroeven aandreven. De schepen werden met behulp van twee roeren bestuurd. De maximum snelheid van de Holland-klasse jagers bedroeg 32 mijl per uur, die van de Friesland-klasse 36 mijl per uur.
Bewapening :
De jagers van de Holland-klasse waren bewapend met 4 Bofors kanons van 12 cm, opgesteld in dubbeltorens, een op de bak en een op het achterste dek huis (de campagne). Deze kanons waren geschikt om zowel tegen zee doelen als tegen luchtdoelen te worden ingezet en konden elk volautomatisch 40 granaten per minuut afvuren, dus in totaal 80 per toren. De elevatie van de lopen bedroeg bovendien bijna 90 graden. Aan boord bestond de secundaire bewapening uit 40 mm Bofors mitrailleurs. Op het voorste dek huis, achter het kanon op de bak, werden 2 dieptebomraketwerpers met elk 4 buizen opgesteld; een aan bakboordzijde, de andere aan stuurboordzijde. Bij aflevering hadden de schepen nog geen radaruitrusting. Die radar is later aangebracht, waarna ook de kanons op de vuurleiding werden aangesloten en toen volautomatisch konden opereren. De radar bestond uit een LWO-zoekradar, een DA 02 radar en een oude vuurleidingsradar HSA M-serie.
De bewapening van de Friesland-klasse jagers was vrijwel gelijk aan die van de A-klasse jagers, met dat verschil dat op de Friesland-klasse jagers als extra werden toegevoegd een lichtraketwerper van 10,3 cm, 6 Bofors mitrailleurs van 40 mm en twee dieptebomrekken in plaats van een. Sommige A-jagers hebben later ook 2 rekken gekregen.
Chronologisch overzicht Friesland-Klasse :
Overzicht Onderzeebootjagers :
| Ned.naam : | Uitdienststelling : | Overdracht Peru : | In dienst : | Nieuwe naam : | Naamsein : |
| Limburg | 01-02-1980 | 05-06-1980 | 27-06-1980 | Bap Quinones | 76 |
| Amsterdam | 12-05-1980 | 22-05-1980 | 23-05-1980 | Bap Villar | 77 |
| Utrecht | 01-08-1980 | 05-09-1980 | 06-10-1980 | Bap Castilla | 71 |
| Groningen | 20-01-1981 | 02-02-1981 | 02-03-1981 | Bap Galvez | 78 |
| Drenthe | 24-11-1981 | 03-06-1981 | 11-12-1981 | Bap Guize | 72 |
| Rotterdam | 15-05-1981 | 03-06-1981 | 29-06-1981 | Bap Gansecos | 79 |
| Overijssel | 11-06-1982 | 14-06-1982 | 05-07-1982 | Bap Bolognesi | 70 |
| Friesland | 29-06-1979 | 08-11-1979 | Gesloopt |
Werktekening B-jager :

Bron : Vlootrevue Onderzeebootjagers
Holland- en Friesland-klasse