Reisverslag 1961-1962 10 oktober-7 november 1961

Biak-Hongkong-Biak.

Commandant: kapitein-luitenant ter zee J.S Snellen van Vollenhoven.

Op 10 oktober verliet Hr. Ms. Utrecht de haven van Biak na een zeven maands verblijf in de wateren van Nederlands Nieuw-Guinea om een dok en onderhoudsbeurt in Hongkong te ondergaan. De verwachtingen van de bemanning om na lange tijd wederom de benen te kunnen strekken in een grote stad waren hoog gespannen. De route liep langs de Mapia-eilanden, Pulau Anna en Merir via Straat Luzon.
Zowel op de heen- als terugreis, waarbij dezelfde route werd gevolgd, werd nabij Pulau Anna en Merir veel dwarsstroom ondervonden. Hoewel de reis nog gedeeltelijk in het typhoonseizoen plaatsvond, bleef slecht weer uit, hoewel nabij Kaap Engano de wind toenam tot kracht 8, wat na zoveel jaar rustige zee de nodige levendigheid van het schip veroorzaakte. Dezelfde weersomstandigheid werd op de terugreis ondervonden.
Voor de zojuist aan boord geplaatste luitenants ter zee der derde klasse gaf de reis volop gelegenheid tot het beoefenen van bestekmaken, wat dan ook intensief gebeurde. Gedurende de heenreis stond het programma van de "Uro"( Utrechtse Radio Omroep) in het teken van het komende bezoek en werd elke avond een causerie gehouden aan de hand van vooraf gekregen touristische informaties.Op 16 oktober werd op de dagwacht Hongkong-eiland verkend en stoomde het schip door de oostelijke ingang naar de haven, na een loods aan boord te hebben genomen.De aanblik van de in het ochtendgloren opdoemende grote stad met zij wolkenkrabbers, het drukke verkeer in de haven met de vele zeilsampams werd door de gehele bemanning vol vreugde aanschouwd. In afwachting van het gereedkomen van het dok, werd met de ankerketting gemeerd op de boei no. 4, tegenover de Kowloon Dockyard. De beperkingen die men zich aan boord van een in het dok liggend schip, waarvan de bemanning niet kan worden gedebarkeerd, moet getroosten, werden blijmoedig gedragen. Immers stond hier tegenover passagieren in een prachtige stad, waar tegen zeer redelijke prijzen veel te krijgen is en die door zijn ligging prachtige stedenbouwkundige aspecten biedt.
Op 29 oktober werd ontdokt en met sleepboothulp verhaald naar boei 4. Op 1 november werd ontmeerd en door Hongkonghaven naarde westelijke uitgang gestoomd om het gehele beeld van deze gastvrije stad te hebben aanschouwd. Daarbij werd het huis van de consul-generaal gepasseerd, waar vele Nederlanders aanwezig waren en het schip toezwaaiden. Via het Sulpher Channel, aan het einde waarvan de loods werd afgegeven, werd opgestoomd door East Lema Channel en werd de thuisreis aanvaard. Op 6 november werden de Mapia eilandenwederom verkend en werd een sloep gestreken om dit atol binnen te varen en deze weinig bezochte eilandjes aan te doen. Op 7 november werd afgemeerd te Biak en werd na een zeer geslaagde onderbreking een aanvang gemaakt met de tweede helft van de Nieuw-Guinea term.


25 juni- 10 augustus1962

Hollandia-Guam-Midway-Pearl Harbour-San Di?go-Balboa-Colon-Cura?ao-Ponta Delgada-Den Helder

Commandant: kapitein-luitenant der zee J. H. Thesingh


Op 25 juni inspecteerde de commandant der zeemacht in Nederlands Nieuw- Guinea in de ochtenduren de bemanning van Hr. Ms. Utrecht. Na deze inspectie werd de commandant uitgenodigd de opening van de tweede zitting van de Nieuw- Guinearaad bij te wonen. Te 12.00 uur lichtte Hr. Ms. Utrecht het anker, voer daarna ten afscheid een ronde door de Hollandiabaai en vertrok, onder het loeien van de scheepsfluiten van de binnen liggende schepen, naar Guam. Op deze eerste etappe was het weer mooi en verliep de opmars naar wens.
Op 27 juni te 07.00 uur liep Hr. Ms. Utrecht op loodsaanwijzing de haven van Guam( Apra ) binnen.
Tegelijk met de loods was een Amerikaans onderofficier aan boord gekomen met exemplaren van de havenorders, scheepsbewegingen, lijst van autoriteiten en andere plaatselijke gegevens, waaronder aparte afschriften uit de havenorders van de aanwezige ontspanningsmogelijkheden. Het schip meerde in de binnenhaven van Apra aan een mooie ruime kade, behorende tot het terrein van de basis. Als hostschip was aangewezen het op Guam gestationeerde USS Cayuga Country (LST 529 ). Een van de officieren van dit schip was aangewezen als liaisonofficier.
De commandant van USS Cayuga Country, lieutenant commander T. C. Moore USN, deed alle mogelijke moeite om Hr. Ms. Utrecht ter wille te zijn.
Na aankomst bracht de commandant een bezoek aan de Commander Naval Forces Marianas, rear admiral John S. Coye Jr; de plaatselijke commandant, captain W. A. Clark USN en aan captain G. M. Revves de commandant van de tanker USS Cacapon.
De laatste twee brachten tegenbezoeken aan boord; de commander Naval Forces Marianas was verhinderd dit te doen in verband met zijn aanstaande vertrek uit Guam.
De Amerikaanse marine- autoriteiten verleenden vlot alle mogelijke steun, zoals olievoorziening en levering van groenten en fruit. De naval Exchange (marine-warenhuis ) was ook toegankelijk voor het Nederlandse marinepersoneel. Zeer velen, hiertoe in staat gesteld, maakten hiervan gebruik.
Van 16.00 tot 18.00 uur was er een speciale ontvangst voor officieren en onderofficieren van Hr. Ms. Utrecht in de verschillende kantines. Te 19.00 uur vertrok het schip, uitgeleide gedaan door een kinderdansgroep, die in speciaal costuum enkele Polynesische dansen uitvoerde. De commandant sprak hen een dankwoord toe en werd vereerd met een lei (bloemenslinger ) om de hals.
Na een overtocht met kalme zee werd tijdens de dagwacht van dinsdag 3 juli Midway aangelopen. Buitengaats kwam de loods aan boord, die het schip de lagune inloodste; langs de oliesteiger aan de noordzijde van het eiland werd het schip gemeerd.
Een uur later meerden de kannoneerboten Potosi en Queretaro van de Mexicaanse marine aan de andere zijde van de oliesteiger. De Potosi voerde de commandovlag van de vice- admiraal E. Setamirano Dominquer.
De commandant van Hr. Ms. Utrecht bracht eerst een bezoek aan de plaatselijke marinecommandant te Midway, captain N. D. Johnson, die even later een tegenbezoek bracht.
Daarna maakte de commandant zijn opwachting bij vice- admiraal E. Setamirano Dominquer, die de functie bekleedde van toezichthoudend vlagofficier aan de marine-academie te Acapulco. Beide Mexicaanse schepen waren op een oefenreis, welke hen onder andere in Manilla en Yokohama had bebracht. Er waren 212 adelborsten van de Mexicaanse marine en twee van Us navy ge?mbarkeerd.
Bij het bezoek van de commandant waren tevens aanwezig de commandanten van de Potosi en de Qeuretaro, respectievelijk capitan fregate R. Alcala Martinez en capitan fregate E. Amudo Avila. Beide laatsten brachten een tegenbezoek aan boord van Hr. Ms. Utrecht.
De commandant en officieren van Hr. Ms. Utrecht werden uitgenodigd voor een lunch in de officiersclub op het eiland. Later werden enkele Amerikaanse officieren aan boord ontvangen.
De Mexicaanse schepen gingen na het olieladen verhalen naar een tweede steiger, zodat er geen gelegenheid meer was om verdere bezoeken uit te wisselen.
De volgende dag werd de onafhankelijkheidsdag gevierd, onder andere met een parade, waaraan 200 Mexicaanse adelborsten deelnamen. Voor de bemanning was er op Midway gelegenheid om inkopen te doen in de marinewinkels. Verder werden er een tweetal bustochten georganiseerd over het eiland, met een excursie naar het marinevliegveld, waar de vliegtuigen werden bezichtigd, die de luchtwaarschuwingsbarri?re Midway Aleoten vliegen.
Aan het strand was gelegeheid tot zwemmen.
Te 19.00 uur van dezelfde dag verliet Hr. Ms. Utrecht Midway en zette het schip koers naar Pearl Harbour. De koers liep benoorden de keten van de Hawa? eilanden in verband met de aankondiging van atmosferische kernproeven nabij Johnston- eiland. Een stevige tegenwind veroorzaakte nogal ruwe zee.
In de nacht van 5 op 6 juli kwam het schip in de luwte van de Sandwich- eilanden. Op vrijdag 6 juli te 07.00 uur arriveerde Hr. Ms. Utrecht voor de haven van Pearl Harbour; een loods kwam aan boord en op diens aanwijzing werd opgestoomd naar de aangewezen ligplaats, steiger B ligplaats 24, achter de Nieuwzeelandse kruiser HMNZS Royalist.
Nadat de honoraire consul der Nederlanden mr. A. H. Spitzer en de Amerikaanse liaisonofficier aan boord waren ontvangen, maakte de commandant zijn opwachting bij de commandant van HMNZS Royalist, captain J. O. C. Ross.
's Middags werden beleefdheidsbezoeken gewisseld met de commandant van het 14e marinedistrict te Pearl Harbour, rear admiral C. A. Buchanan USN, die 's middags een tegenbezoek aan boord bracht. De commandant van het hostschip USS Durant, lieutenant commander G. T. Strong, en enige van zijn officieren bezochten eveneens Hr. Ms. Utrecht.
Voor de bemanning werd op vrijdag en zaterdag een bustocht georganiseerd; de marinewinkels waren opengesteld.
De officieren werden op vrijdagavond uitgenodigd in de officiersclub, waar Polynesische dansen werden getoond. Zaterdagmiddag werd een ontvangst aan boord gehouden, waarbij wapenschildjes van Hr. Ms. Utrecht werden aangeboden aan de consul, de liaisonofficier en de commandant van het hostschip.
Te 18.00 uur vertrok het schip naar zee. Bij vertrek kregen velen aan boord een bloemenslinger, de gebruikelijke afscheidsgroet op Hawa?.
Na het verlaten van de haven van Pearl Harbour volgde het schip de grootcircel naar San Diego. Op dit traject stond een zuidelijk dwars inkomende deining, die het schip flink deed slingeren.
Op vrijdag 13 juli te 06.21 uur maakte Hr. Ms. Utrecht met Hr. Ms. Overijssel, die op weg was van Nedeland naar Nederlands Nieuw Guinea, rendez- vous nabij Point Loma, waarna beide schepen gezamelijk de baai van San Diego binnenstoomden. Om 07.10 uur, nabij boei 5, embarkeerden de loodsen en de liaisonofficier voor bijde schepen. Nadat om 08.15 uur het schip over stuurboord langszij Hr. Ms. Overijssel was gemeerd, brachten de commandant en de eerste officier van het hostship, de Fletcherklasse jager USS Boyd, commander R. J. Hanks en lieutenant commander V. D. Lovelt, een kort bezoek aan boord.
Tijden de vaart door de baai bleek weer, zoals ook te Pearl Harbour en Guam het geval was, dat de schepen van de Amerikaanse marine alleen het eerbewijs stilstaan der bemanning (frontmaken ) brengen, wanneer twwe varende schepen elkaar passeren. Voor een schip, dat de commandovlag voert, maken zij echter wel front, wanneer dit stil ligt, gedurende de tijd dat de natievlag waait.
In afwijking van het plan werd door USS Navy van het bezoek der beide Nedelandse jagers tegenover de burgerij geen ophef gemaakt, waarschijnlijkop politieke redenen. De schepen kregen daarom geen ligplaats aan de openbare pieren doch op de Naval Base.
Om 09.00 uur maakte de commandant zijn opwachting bij de commandant van Hr. Ms. Overijssel, kapitein-luitenant ter zee A. van der Moer, waarna om 10.00 uur beide commandanten een bezoek brachten aan de Commanding Officer Naval Station, captain A. G. Pelling. Deze bracht om 11.00 een tegenbezoek.
Om 13.30 bracht de commandantt een bezoek aan de Commander Naval Airforces Pacific, vice-admiraal C. C. Ekstrom, gevolgd door een bezoek aan de Commanding Officer Eleventh Naval District, rear amiral M. E. Arnold.
Het ontspanningsprogramma bood deze middag een rondleiding over USS Boyd.
In de avond waren commandanten en officieren van Hr. Ms. Utrecht en Hr. Ms. Overijssel aanwezig op een informele ontvangst in de submarineroom van de Admiraal Kidd Club, waarbij de commandanten van de beide gastschepen, USS Boyd en USS Buchanan, de gastheren waren. Bij deze ontvangst waren onder anderen ook aanwezig de vice-consul, de heer C. R. A. Lubach, en de Commanding Officer Cruiser Destroyer Flotilla Seven, rear admiral W. F. A. Wendt.
Op alle dagen waren de dansgelegenheden van de Armed Services, Y.M.C.A en de Navy Recreation Area"Tropical Gardens" voor de schepelingen van 20.00 uur af opengesteld. Het gastschip zorgde, dat er voor het personeel aan boord elke avond een film werd gedraaid. Op zaterdag 14 juli bracht een gezelschap van de Lockheed Aircraft Service te San Diego een bezoek aan boord, teneinde zich op de hoogte te stellen van de toestand van de door deze fabriek geleverde installatie voor kathodische bescherming van de scheepshuid.
Dezelfde avond brachten de commandanten, vergezeld van de commandanten van de gastschepen, een bezoek aan de Commanding Officer cruiser Destroyer Flotilla Seven, rear admiral W. F. A. Wendt, die daarop om 10.30 uur een tegenbezoek aan boord bracht.
De bemanning kon tegen redelijke prijs deelnemen aan een bustocht naar Disneyland en naar Knott's Berry Farm( een historische boerderij ).'s Middags van 13.00 tot 17.00 uur organiseerden de bemanningen van de beide gastschepen voor hun Nederlandse collega's een picknick op het New Atlethic Field.
Commandant en eerste officier zaten 's avonds aan bij een diner ten huize van commander R. J. Hanks, de commandant van het gastschip. Op zondag 15 juli was er wederom voor de bemanning een bustocht naar Disneyland en Knott's Farm.
De Nederlandse kolonies van San Diego en Los Angeles boden de bemanning de gelegenheid om met hun auto's door de omgeving rondritten te maken; 's middags toerde een aantal bemanningsleden per bus door San Diego.
Van 17.00 tot 20.00 uur ontvingen de commandanten en officieren van beide Nederlandse schepen aan boord de autoriteiten en vele andere gasten.
Maandag 16 juli te 12.00 uur ontmeerden beide Nederlandse schepen en stoomden ze samen door de baai naar het oefengebied, waar gedurende de achtermiddag een schietoefening werd gehouden. Na afloop hiervan zette Hr. Ms. Utrecht koers naar het Panama- kanaal; Hr. Ms. Overijssel wendde de steven naar Pearl Harbour. Opvallend was de sterke stijging van de zeewatertemperatuur waar in enkele uren tijd een toename van 18,3 tot 27,9 werd gecontateerd.
Op 23 juli werd om 18.00 uur Balboa bereikt. De loods en de quarantaineofficier kwamen ter hoogte van Flamenco eiland aan boord en nadat laatstgenoemde om 18.45 uur het schip had vrijgegeven, stoomde Hr. Ms. Utrecht op loodsaanwijzing de haven van Balboa binnen en meerde het schip te 19.30 uur aan pier no. 16.
Om 21.00 uur kwam de consul-generaal, de heer E. Sasso, aan boord. Deze deelde de commandant mede, dathet om technische redenen niet mogelijk was om het schip nog diezelfde avond van olie te voorzien, zodat Hr. Ms. utrecht noodzakelijkerwijze een dag langer in Balboa moest blijven.De volgende dag, 24 juli, trad er een zodanige vertraging op in het olieladen, dat het middagconvooi door het kanaal ook die dag niet kon worden gehaald.
Die ochtend maakte de commandant, vergezeld van de consul-generaal, een bezoek bij de Captain of the Port, captain Jack en 's middags om 14.15 uur bij de Commanding Officer 15th Naval District, rear admiral Farrel.
Aangezien het bezoek aan Balboa geen officie?l karakter droeg, was er geen ontspanningsprogramma opgesteld. Wel kreeg de bemanning de gelegenheid om in Balboa en Panama City te passagieren.
Op 25 juli maakte Hr. Ms. Utrecht de tocht door het Panama-kanaal, welke tocht precies acht uren duurde.
Op 26 juli werd rendez-vous gemaakt met Hr. Ms. van Ewijck. De opmars naar Cura?ao geschiedde verder gezamelijk en al oefenende. Op 27 juli te 07.00 uur passeerde Hr. Ms. Utrecht de pontjesbrug; vervolgens meerde het schip in de nieuwe haven aan de Brionwerf te Willemstad. De officier van piket was namens de commandant der zeemacht in de Nederlandse Antillen ter begroeting aanwezig.
Het bezoek van Hr. Ms. Utrecht aan Willemstad viel samen met het bezoek van de prinsessen Irene en Margriet. De hoge bezoeksters waren, vergezeld van de waarnemend gouverneur van de Nederlandse Antillen,en van de commandant der zeemacht in de Nederlandse Antillen, van 26 tot 30 juli naar Aruba en Bonaire.
's Morgens maakte de commandant zijn opwachting bij de chef staf van de commandant der zeemacht in de Nederlandse Antillen, de kapitein-luitenant ter zee H. Starink, die om 10.00 een tegenbezoek aan boord bracht. 's Middags waren de commandant en een aantal officieren aanwezig bij een ontvangst in de longroom van de marinebasis Parera, aangeboden door de commandant zeemacht in de Nederlandse Antillen en zijn staf, alsmede door de commandant en officieren van het stationsschip.
Commandant en officieren van Hr. Ms. Utrecht ontvingen 's avonds een aantal gasten, waaronder de voorzitter van de Staten van de Nederlandse Antillen en mevrouw Bikker, de directeur van het kabinet van de gouverneur en mevrouw Van Bruggen, de gezaghebber van het eilandengebied Cura?ao en mevrouw Gorsira, de president van het hof van justitie en mevrouw Zuur, de chef staf kapitein-luitenant ter zee H. Starink, de commandant der mariniers in de Nederlandse Antillen luitenant-kolonel der mariniers A. M. Luyk, de commandant van Hr. Ms. Van Ewijck kapitein- luitenant ter zee en mevrouw W. P. Salm, de commandant van vliegtuigsquardon 1 kapitein- luitenant ter zee vlieger K. A. La Bree en de commandant van de marinierskazerne te Suffisant majoor der mariniers N. van Dam.
Op zaterdagmorgen maakten 100 opvarenden een bustocht naar St. Michielsbaai, aangeboden door de regering van de Nederlandse Antillen. Hier werd in zee gezwommen en daarna van een barbecue genoten.'s Avonds was de bemanning uitgenodigd op een kegelavond in het zeemanshuis van het Leger des Heils.
De officieren waren die avond aanwezig op een ontvangst in de longroom van de marinierskazerne te Suffisant, aangeboden door alle in Cura?ao geplaatste officieren van de koninklijke marine. De onderofficieren waren door de onderofficieren te Cura?ao uitgenodigd op een bingo-dansant avond.'s Middags van 17.20 tot 17.40 uur trad de scheepsband van Hr. Ms. Utrecht met succes op voor de Cura?aose televisie.
Zondag 29 juli bood het bestuur van het R. K. Zeemanshuis de opvarenden een rondrit over het eiland aan, met gelegenheid tot zwemmen in de Santa Cruz baai. Het voetbalelftal van Hr. Ms. Utrecht speelde 's middags een wedstrijd tegen het elftal van de mariniers, die door de mariniers werd gewonnen met 6-2.
Van 10.00 tot 12.30 uur ontvingen de onderofficieren aan boord een aantal genodigden.
Gedurende het bezoek aan Willemstad was er voor alle opvarenden gelegenheid om bij een aantal militaire en burgerclubs diverse sporten te beoefenen.
Voor de officieren waren enige gezellgiheidsclubs opengesteld. Alle opvarenden hadden toegang tot de zeemanshuizen. Aan Hr. Ms. Van Ewijck en aan het R. K. Zeemanshuis werden, als blijk van dankbaarheid voor de goede zorgen, wapenschildjes aangeboden.
Op 30 juli vertrok Hr. Ms. Utrecht uit Cura?ao; de koers liep bezuiden Cura?ao om de oost en na het eiland te hebben gerond in noordoostenlijke richting naar de Bovenwindse eilanden. De Cara?bische zee werd verlaten door via de zeestraat tussen Nevis en Antique te stomen. Vervolgens werd langs de grootcirkel naar Ponta Delgada te varen. De oversteek verliep dankzij het fraaie weer vlot, zodat het schip reeds op 6 augustus te 16.00 uur voor Ponta Delgada arriveerde. Het schip werd alhier gemeerd aan de binnenzijde van het havenhoofd, waar direct met olieladen werd begonnen. Op 7 augustus te 06.00 uur werd de laatste etappe van de thuisreis aangevangen.
Na het verlaten van de haven werd onder Sao Miguel langs koers gezet naar Ouessant. Het weer was gunstig en op 9 augustus werd Ouessant gerond en het kanaal binnengevaren. Op 10 augustus op de hondewacht werd Dover gepasseerd en koers gezet naar IJmuiden, ten einde op de voormiddag de bevelhebber der zeestrijdkrachten, vice-admiraal L. Brouwer, en de vlagofficier technische dienst, schout-bij-nacht C. E. van der Zijl, per hefschroefvliegtuig te embarkeren.
Op 10 augustus te 11.00 uur kwam Hr. Ms. Utrecht op de rede van Nieuwe diep ten anker. Hier debarkeerden de beide vlagofficieren, waarna de commandant der zeemacht in Nederland aan boord kwam om de bemanning te verwelkomen.Om 14.00 uur stoomde het schip de haven van Den Helder binnen en meerde het, waarna de lang verbeide hereniging met echtgenoten en familie volgde.

Bron: Jaarboek van de Koninklijke marine 1961/ 1962