Reisverslag 1978 Commandant: kapitein luitenant ter zee R.C Veenendaal, sedert 22 december kapitein luitenant ter zee ir .P.E.R Leertouwer.


Na afloop van het winterverlof startten de activiteiten voor Hr. Ms. Utrecht met het vertrek naar Portland op 16 januari. De bemanning ging een ruim twee weken durende opwerkperiode tegemoet onder leiding van de Flag Officer Sea Training. Deze periode werd op succesvolle wijze op 3 februari beëindigd.
Vervolgens werd van 20 februari tot 6 maart deelgenomen aan een Joint Marine Course vanuit het Schotse Rosyth, waarna het schip op 7 maart terugkeerde te Den Helder.
Op 9 maart werd een varende ouderdag gehouden met een overweldigend aantal gasten aan boord. Het prachtige weer en de prettige samenwerking met Hr. Ms. Zeeland, Hr. Ms. Fret, Hr. Ms. Jaguar en vliegtuigsquardon 860 droegen bij tot een bijzonder geslaagde dag.
Hierop volgde een zeer drukke periode van voorbereiding voor de reis naar de Nederlandse Antillen waar Hr. Ms. Utrecht van 16 mei tot 17 november de taak van stationsschip zou vervullen. De dag van vertrek naar de Nederlandse Antillen, 28 april, kenmerkte zich door een groot aantal technische problemen waardoor het schip slechts met behulp van twee sleepboten op het voorgenomen tijdstip van vertrek de haven kon verlaten.
Na enige uren op de rede van Den Helder ten anker te hebben gelegen waren de ernstigste problemen opgelost en kon de reis worden aangevangen. Tijdens de uit reis werd van 2 tot 4 mei een informeel bezoek gebracht aan de Spaanse havenstad Cadiz, van 7-8 mei Sao Vincente op de kaap Verdische eilanden aangedaan, eveneens voor een informeel bezoek, en op 14 mei een enkele uren durend bezoek gebracht aan Bridgetown op het eiland Barbados.
Daags na vertrek uit Bridgetown werd in open zee een kleine vissersboot waargenomen met twee vissers aan boord. Zij werden in zeer verzwakte toestand aan boord genomen en in de ziekenboeg ondergebracht. Zonder noemenswaardige voorraad water en voedsel waren zij ten gevolge van een motorstoring afgedreven van hun thuisland Grenada. Ze bevonden zich reeds zeventien dagen op zee. Op 16 mei arriveerde Hr. Ms. Utrecht te Willemstad op Curaçao, uitbundig ingehaald door de bemanning van Hr. Ms. Drenthe. 's avonds werd gezamenlijk met Hr. Ms. Drenthe aan boord een ontvangst/ afscheidsreceptie gehouden voor een groot aantal genodigden.
Op 31 mei eindigde de eerste onderhoudsperiode en werd een korte oefening gehouden met mariniers waaraan ook het eigen landingsdetachement deelnam. Na afloop hiervan werd koers gezet naar de Amerikaanse marinebasis Roosevelt Roads op het eiland Puerto Rico.
Na een informeel en zeer geanimeerd bezoek van 2-5 juni volgden enkele dagen op zee gedurende welke intensief gebruik werd gemaakt van de oefenfaciliteiten van de Amerikaanse marine aldaar. Alvorens de terugtocht te aanvaarden werd nogmaals oliegeladen te Roosevelt Roads op 8 juni.
Het weekeinde van 19-12 juni werd doorgebracht te Willemstad aan de Rimasteiger. Op 12 juni begon de deelname van Hr. Ms. Utrecht aan de oefening Deux Tricolores waarbij intensief werd samengewerkt met mariniers van Curaçao en Aruba en het landingsvaartuig Francis Garnier van de Franse marine.
In de periode van 12-13 juni werden door mariniers en het eigen landingsdetachement landingen uitgevoerd en oefeningen gehouden op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba, telkens gecombineerd met een kort bezoek van Hr. Ms. Utrecht aan deze eilanden. Tijdens deze bezoeken bracht de commandant van het korps mariniers een bezoek aan boord en vond een ontmoeting plaats met een parlementaire commissie, die een bezoek bracht aan de bovenwindse eilanden. Enkele leden van deze commissie maakten de vaartocht van Saba naar Sint Maarten mee.
De mariniers werden op 20 juni weer veilig afgeleverd op Aruba en de bemanning kreeg van 20-22 juni de gelegenheid dit eiland te bewonderen. Op 22 juni werd koers gezet naar San Juan op het eiland Puerto Rico voor een informeel bezoek aan deze stad van 24-26 juni.
Op 28 juni werd de Amerikaanse marinebasis Roosevelt Roads aangedaan voor het aanvullen van de brandstofvoorraad. Vervolgens werd een informeel bezoek gebracht aan Fort de France op het eiland Martinique van 30 juni tot 3 juli, waarbij de Fransen zich voortreffelijke gastheren toonden.
Het volgende doel was Port of Spain op het eiland Trinidad, eveneens voor een informeel bezoek, van 7-10 juli waarbij de Nederlandse ambassade activiteiten ontplooide om de bemanning in de gelegenheid te stellen met dit prachtige eiland kennis te maken.
De lange rij van bezoeken werd voortgezet met een kort bezoek aan Bridgetown op het eiland Barbados op 14 en 15 juli en een informeel bezoek aan Port Castries op het prachtige eiland St. Lucia.
In de periode 18-22 juli werden korte bezoeken gebracht aan Sint Maarten, Sint Eustatius, Saba en Aruba in het kader van het afscheid van de commandant der zeemacht in de Nederlandse Antillen, commandeur W. Gongrijp, en kennismaking met zijn aflosser, commandeur H.C. van der Lee.
Tijdens de hierop volgende onderhoudsperiode te Willemstad van 22 juli tot 14 augustus werden enige dagen in het Beatrix dok bij de Curaçaose droogdokmaatschappij doorgebracht in verband met een beschadiging van stuurboord voortstuwer.
Op 14 augustus werd Willemstad weer verlaten met als doel Cartagena in Columbia. Van 18-21 augustus werd een door de bemanning zeer gewaardeerd informeel bezoek gebracht aan deze stad.
Dit bezoek werd gevolgd door een korte oefening met enkele eenheden van de Colombiaanse marine, waarna op de terugweg naar Willemstad op 23 augustus brandstof werd geladen te Oranjestad.
De periode 25 augustus- 18 september werd besteed aan onderhoud binnenliggende te Willemstad, met ook nog een speciale vaardag voor burgerpersoneel van de marine en voor marine gezinnen.
Hierop volgde een bezoek aan Paramaribo. Op weg naar het voormalig rijksdeel Suriname werden oefeningen gehouden met eenheden van de Trinidad and Tobago Defence Forces. Gedurende het informele bezoek aan Paramaribo van 22-25 september maakte de bemanning op uitgebreide schaal kennis met dit prachtige land.
Op de terugweg naar Willemstad werd op 27 september brandstof geladen in Chaquaramas op Trinidad gevolgd door oefeningen met eenheden van de Trinidad and Tobago Defence Forces. Gedurende deze dag waren enige leden van de Nederlandse ambassade en enkele militairen van de Trinidad and Tobago Coast Guard te gast aan boord van Hr. Ms. Utrecht.
Na de terugkeer te Willemstad op 29 september volgde een onderhoudsperiode tot 19 oktober. Deze dag ging het richting Panama. In de Caribische zee benoorden van Panama werd op 22 oktober rendez- vous gemaakt met een Engels eskader waarmee intensief werd geoefend op weg naar Florida. Gedurende deze dagen werd op beperkte schaal bemanningsleden uitgewisseld met HMS Blake. Op 25 oktober werd het Engels eskader vaarwel gezegd en opgestoomd naar Port Canaveral in de Amerikaanse staat Florida voor een routine bezoek van 26-30 oktober.
Gedurende dit zeer geslaagde bezoek bracht vrijwel de gehele bemanning bezoeken aan Cape Canaveral, de enorm uitgestrekte raketlanceerbasis, en aan Disney World in de omgeving van Orlando.
Na dit bezoek keerde Hr. Ms. Utrecht rechtstreeks terug naar Willemstad waar op 3 november brandstof werd geladen en een groot aantal mariniers met materiaal embarkeerde. Tot 10 november werd deelgenomen aan de oefening Gebalde Vuist nabij het eiland Aruba.
Gedurende de periode van 3-6 en van 8-10 november lag het schip afgemeerd in Oranjestad. Op 10 november arriveerde Hr. Ms. Utrecht voor de laatste maal aan de Rimasteiger te Willemstad. Er volgde een drukke voorbereidingsperiode voor de terugweg naar Nederland. Op 16 november werd een zeer druk bezochte afscheidsreceptie gehouden aan boord, waarbij onder meer ook de gouverneur van de Nederlandse Antillen aanwezig was.
Op 17 november werd aangevangen met de terugreis naar Nederland. Brandstof werd geladen op 20 november te Ireland Islands, Bermuda, en op 26 november te Ponta Delgada op de Azoren. Deze oversteek met zeer wisselende weersomstandigheden werd beëindigd op 1december toen het schip in zeer dichte mist 's morgens te 6.45 uur op de rede van Den Helder ten anker kwam. Nadat de douaneformaliteiten waren vervuld en de commandant der zeemacht in Nederland, schout-bij-nacht J.H.B. Hulshof, een kort bezoek had gebracht aan boord, meerde het schip af in de haven, verwelkomd door een grote schare familieleden. De gehele bemanning genoot ontschepingsverlof van 1-13 december waarna een onderhoudsperiode volgde tot 23 december, de dag waarop het achterstallige zomerverlof inging.

Bron: Jaarboek van de Koninklijke Marine 1978